Onderzoek en screening naar het Upper Airway Syndroom
In verschillende landen, waaronder Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland, moeten Norwich Terriërs eerst worden onderzocht op hun luchtwegen voordat zij in de fokkerij worden ingezet.
Dit onderzoek gebeurt volgens een gestandaardiseerd protocol dat gemaakt is door de universiteit in Bern waarbij met een endoscoop de keelholte, het strottenhoofd (larynx) en de luchtpijp (trachea) worden bekeken. Dit onderzoek heet een laryngoscopie en wordt uitgevoerd onder een lichte narcose.
Tijdens het onderzoek worden onder andere de volgende onderdelen
beoordeeld:
het zachte gehemelte
de larynx en het strottenhoofd
de amandelen
de luchtpijp (trachea)
het laryngeale kraakbeen
Er wordt tijdens de beoordeling gewerkt met een scoringssysteem met een punten waardering en factoren voor de criteria die het Upper Airway syndroom beïnvloeden. In de onderstaande tabel staan de verschillende onderdelen met de daarbij behorende punten en factoren. Deze is gelijk aan het protocol dat ook door de andere landen gebruikt wordt.
Op basis van deze beoordeling krijgt de hond een score en eenh
classificatie: A1, A2, B1, B2, C1, C2, D1, D2, E1 of E2.
Dit gaat volgens de onderstaande systematiek:
In Duitsland mogen honden met een score tot en met C1 onbeperkt worden ingezet voor de fokkerij. Door deze systematische screening is het aantal nieuwe gevallen van het Upper Airway Syndroom binnen de Duitse Norwich Terriër populatie merkbaar afgenomen.
Het onderzoek kan pas plaatsvinden, nadat de Norwich Terriër minimaal 12 maanden is. Bij de commissaris gezondheid kan een dierenarts een uitgebreid scoringsformulier opvragen en de inaugurale dissertatie waar het luchtwegonderzoek in omschreven wordt. Let wel op, niet iedere dierenarts kan dit onderzoek uitvoeren.